V&A: Waarom kan plantenkool (biochar) langdurig nutriënten vasthouden? Hoe beïnvloedt de grootte van de afzonderlijke biochar-deeltjes dit?”
Simon Jöhr
Dit gesprek behandelt twee hoofdvragen over biochar: de opslagcapaciteit van voedingsstoffen en de effecten van opslag onder vriesomstandigheden.
Opslag van voedingsstoffen en gifstoffen: Biochar kan voedingsstoffen (zoals ammoniak) en gifstoffen langdurig opslaan omdat het een extreem fijn poreuze structuur heeft. Deze porositeit creëert een sterk capillair effect, waardoor water en opgeloste stoffen stevig worden vastgehouden. Eén gram biochar kan een binnenoppervlak hebben van 130 tot 300 vierkante meter. Stoffen worden niet uitgespoeld en komen pas vrij voor planten wanneer micro-organismen ze mineraliseren, wat een langdurige beschikbaarheid garandeert.
Opslag van geladen biochar onder vriescondities: Een tweede vraag gaat over de capaciteit van biochar dat met ferment is geladen en vervolgens bevroren is geweest. Hoewel de vrees bestaat dat de bacteriën afsterven en de wateropname de verdere capaciteit zou verminderen, blijkt uit experimenten dat de biochar zijn adsorptiecapaciteit behoudt. Zelfs als het vol water zit, heeft het nog steeds een goede opnamecapaciteit voor nutriënten en gifstoffen, dankzij de deeltjeslading. Bovendien kunnen bacteriën goed overwinteren door sporen te vormen en worden ze weer actief zodra de omstandigheden gunstiger worden.
Verschil in deeltjesgrootte: De deeltjesgrootte van biochar heeft geen invloed op de totale opslagcapaciteit. Het beïnvloedt echter wel de benodigde inwerktijd bij het verwerken met mest. Grovere deeltjes hebben een langere inwerktijd nodig in vloeibare mest (minstens 14 dagen, bij voorkeur 3-4 weken) en nog langer in vaste mest (4-6 weken of langer).